Het leren roeien in een achtpersoonsboot is bij Jason opeens heel populair. Wat is de charme van de Acht? Wat leer je ervan? En zouden meer mensen het moeten doen? RedaCie stelde deze vragen aan drie roeiers en de stuur van de instap-Acht op vrijdagochtend.
Na het meedoen aan de wedstrijd The Head van de Amstel vielen twee tijdelijk geformeerde Dames Acht-ploegen uit elkaar, maar wat er van die plotselinge hype overbleef was een instap-Acht. Via een speciale appgroep met wel twintig deelnemers wordt elke vrijdagochtend een ploeg van acht samengesteld.
Wat is de charme van de Acht?
Voor Jan D. is de Acht altijd al het belangrijkste nummer geweest. Vanaf het moment dat hij vorig jaar lid werd van Jason was het roeien in deze lange, grotendeels halfronde boot voor acht personen dan ook zijn doel. ‘Ik heb nooit gesculd. Ik ben heel blij met de instapboot op vrijdag.’ Jan heeft 50 jaar niet geroeid, maar in zijn studententijd in Wageningen heeft hij aan veel internationale wedstrijden met een Acht meegedaan. ‘Dus ik weet niet beter. Deze manier van roeien zit in mijn systeem.’
Voor Jos B. geldt dat niet. Hij heeft alle nummers geroeid. Hij is net als Jan een zij-instromer die op latere leeftijd de draad weer oppakt. Ook voor hem is de Acht het koningsnummer. ‘Ik las vorige week een boek van een Italiaanse schrijver die de technische perfectie van een acht op de Po in Rome vergeleek met een libelle met acht pootjes suizend over het water. Daar kan ik helemaal inkomen.’
Iets van die lyriek heeft Jacqueline van het begin af aan gehad. ‘De Acht heeft iets ongrijpbaars. Toen Herman, een oude studievriend van mijn man, tegen mij de mogelijkheid opperde om zelf een acht te formeren, dacht ik: dat laat ik me niet nog een keer zeggen. Het is nu of nooit.’
Voor Herman (de stuur) persoonlijk is het roeien in de Heeren Acht het allerleukste, maar hij relativeert de heiligheid die eromheen hangt. ‘Het is een van de vormen in de roeien. Je moet gewoon kijken wat je leuk vindt en wat bij je past.’
Wat leer je ervan?
De charme zit hem vooral in de technische perfectie die je nodig hebt om de lange gladde, dus zeer wiebelige, boot met z’n achten in balans te houden. Jos: ‘Je moet technisch een verdomd goede roeier zijn om in een acht te kunnen roeien. Als de basale dingen niet op orde zijn, kun je het wel vergeten.’
Bij het boordroeien in een gladde vier is gelijkheid al cruciaal, laat staan in een acht. Herman: ‘Je kunt in een acht heel goed leren om balans te houden, maar er zijn meer wegen die naar Rome leiden.’
Bij de instap-Acht met een steeds wisselende samenstelling is het ingewikkeld om progressie te maken. Jos: ‘We moeten eigenlijk elke keer weer bij nul beginnen.’ Jacqueline merkt dat ook: ‘Natuurlijk is het fijner om met een vaste ploeg te roeien. Dan gaat het sneller, maar ik ben heel erg verbaasd dat het op deze manier wel kan, dat we steeds beter gaan roeien en dat we soms zes halen helemaal watervrij roeien. We boeken echt vooruitgang.’
Als stuur kan Herman niet alles overzien. Het is niet aan hem om te coachen, vindt hij. Daarvoor moet er iemand op het vlot staan. ‘Ik let vooral op het ritme.’ Soms is er eventjes een moment dat de boot precies gelijk gaat. ‘Dat is een fijne opsteker. Een goede reden om de volgende keer weer in te stappen.’
Zouden meer mensen het moeten doen?
Jos betwijfelt dit zeer. ‘Ik gun iedereen de ervaring, maar ik maak me zorgen. We hebben heel mooi materiaal, maar er is regelmatig schade.’ Het is niet genoeg dat mensen op papier de benodigde diploma’s hebben, vindt hij. Het zou handiger zijn om te zorgen dat de groepen wat homogener worden en dat er helderheid komt over welk niveau iemand heeft. ‘Ik wil geen azijnpisser zijn, want iedereen doet bij Jason enorm zijn best, maar bij een acht heb je goede coaching nodig.’
Als het homogeniteit aankomt, is het volgens Jan fijn als roeiers gelijk zijn qua lengte. 'Dan roei je sneller gelijk, want iemand met korte armen en benen heeft een andere haal dan iemand met lange armen en benen.’ Voor Jacqueline en Herman is het helemaal niet erg dat mensen zich aan elkaar moeten aanpassen. Jacqueline: ‘Dat hoort bij het roeien. Het is een utopie dat iedereen hetzelfde lijf moet hebben.’ Ook kan een acht wel wat hebben, volgens haar, als de meerderheid maar ervaren is. En daarbij is het een feit dat je voor een volle Acht een grote poule met mensen nodig hebt om de boot elke vrijdag vol te krijgen. Als je dan gaat selecteren, gaat dit liberale initiatief misschien wel als een nachtkaars uit.
Inloggen om een reactie te plaatsen.