Afgelopen week was het weer raak: een flinke deuk in de huid van de Dioganes. Helaas staat deze melding niet op zichzelf. Vooral bij het in- en uitbrengen van boten in onze volle loodsen ontstaat geregeld schade.
Dat heeft deels te maken met het bekende probleem: veel boten en weinig ruimte. Onze vloot past bij de omvang van onze vereniging, maar eigenlijk niet bij de beschikbare opslagruimte.
En dat is niet alleen een gevoel. Voor het bepalen van de benodigde ruimte voor een roeivloot heeft de KNRB een systematiek opgenomen in het Handboek Roeiaccommodaties. Daarbij wordt niet alleen gekeken naar de opgetelde lengte van alle boten, maar ook naar de extra stellingruimte die in de praktijk nodig is omdat verschillende bootlengtes nooit precies op elkaar aansluiten en er rekening moet worden gehouden met onder andere deuren, constructies en bereikbaarheid. De KNRB rekent daarom met extra ruimte boven op de netto lengte van de vloot.
Als we die systematiek op onze eigen situatie toepassen, wordt duidelijk hoe krap we zitten. Onze boten zijn bij elkaar ongeveer 358 meter lang, terwijl we naar schatting slechts 312 tot 320 meter aan vaste stellingen beschikbaar hebben. Volgens de KNRB-systematiek zou voor een werkbare opslag van onze huidige vloot zelfs ongeveer 430 tot 448 meter stellinglengte nodig zijn.
Om alles toch kwijt te kunnen, benutten we onze loodsen daarom maximaal. Boten liggen soms met de punten naast elkaar en een aantal boten hangt aan het plafond. Dat zijn praktische oplossingen voor het ruimtegebrek, maar ze maken het in- en uitbrengen een uitdaging.
De materiaalcommissie en de Maandagklussers buigen zich samen over de vraag hoe we tot een goed, praktisch en liefst uniform beschermingssysteem voor onze boten kunnen komen.
We onderzoeken het probleem op drie niveaus:
We gaan niet meteen iets nieuws bij alle roeiers invoeren. De klussers gaan eerst ideeën verzamelen en dingen in de praktijk uitproberen. Wat werkt wel? Wat werkt niet? En wat is ook op langere termijn werkbaar?
Schade voorkomen is belangrijk omdat we zuinig willen zijn op onze boten en onnodige kosten willen voorkomen. Maar er is nog een reden. Iedere deuk of andere beschadiging moet uiteindelijk ook weer door iemand worden gerepareerd. Een relatief kleine groep vrijwilligers steekt veel tijd in het onderhouden en herstellen van onze grote vloot.
Hoe minder we hoeven te repareren, hoe meer tijd er overblijft om onze boten goed te onderhouden.
Inloggen om een reactie te plaatsen.